Een leven vol muziek

Jan Hekhuis Wz

Inhoud

Bezetting-verzet-bevrijding

(Vrouwenpolder in oorlogstijd)

10 mei, 1940, stralende morgen. Het beloofde een prachtige dag te worden, de vogels zongen dat het een lieve lust was. Maar dan het geronk van vliegtuigen. Je keek in de lucht en een bang voorgevoel maakte zich van je meester. Duitse vliegtuigen, zou het oorlog zijn? De radio aangezet en ja de Duitsers waren Nederland binnengevallen. Het werd een ongelijke strijd. Na het bombardement op Rotterdam en de Duitsers gedreigd hadden Utrecht te bombarderen, gaf generaal Winkelman op 14 mei de Nederlandse strijdkrachten bevel de strijd te staken.

In Zeeland gingen de gevechten nog door, het waren voornamelijk Franse troepen die hier nog stand hielden. Vlissingen en Middelburg worden gebombardeerd. Vooral Middelburg wordt zwaar beschadigd door een bombardement met brisantgranten. 19 mei wordt de strijd in Zeeland gestaakt. Ook Vrouwenpolder kreeg toen zijn Duitse bezetting. In het begin was er niet veel van te merken. Het leven ging gewoon door, de voetbalcompetitie werd gespeeld, de elfstedentocht werd gereden en de bioscopen die, hoewel verboden voor Joden en voornamelijk Duitse films toonden, werden goed tot zeer goed bezocht, ondanks het feit dat er wekelijks treinen naar Westerbork reden en van Westerbork naar Auschwitz. We hoorden wel eens wat, maar dat het zo erg was? Ook in Vrouwenpolder ging ogenschijnlijk alles zijn gewone gangetje. Er werd geploegd, gezaaid, geoogst en de bakker bakte zijn broodjes. Rustige, hardwerkende bevolking. Vluchtelingen uit Middelburg en Vlissingen vonden hier gastvrij onderdak. Na de overgave van Zeeland gingen velen weer naar huis terug, enkele bleven omdat ze geen huis meer hadden. Het leven leek weer normaal, iedereen ging rustig zijn gang. Ach, er waren wel eens vervelende dingen zoals bonkaarten, persoonsbewijs, spertijd en ja er waren jonge mannen die in Duitsland moesten gaan werken. Wie niet wilde, dook onder.

Maar die rust was maar schijn. Er was stil verzet tegen de Duitse maatregelen en waar het enigszins mogelijk was werden die gesaboteerd. Ook was er een verzetsgroep. Deze stond onder leiding van de toenmalige Gereformeerde predikant van Serooskerke, ds. de Kluis. De mensen die actief bij het verzet betrokken waren: ds. Jan de Bie, van 1940-1945 hervormd predikant van Vrouwenpolder-Gapinge. Vanwege zijn felle anti Duitse houding werd hij gearresteerd, en van Vrouwenpolder verbannen. En daar gingen we. Koffers aan een stok, stok over de schouders en lopend naar Grijpskerke. Fietsen durfden we niet daar je kans had dat je fiets gevorderd werd. In Grijpskerke vonden ds. de Bie en zijn vrouw onderdak bij ds. van Loon, toen hervormd prediker aldaar. Kort na zijn vertrek in 1945 naar Ginneken overleed ds de Bie, 33 jaar oud, hij had een zwakke gezondheid en alle moeilijkheden in de oorlog meegemaakt werden hem funest.

Wat ik altijd nog prachtig vind en waar ik nog wel eens van kan genieten is, dat na de verbanning van ds. de Bie, de pastorie gevorderd werd door de Duitsers. Wie er allemaal meegeholpen hebben weet ik niet meer, maar in één middag was de hele pastorie leeggehaald, zelfs de lampen en stopcontacten werden verwijderd. De Duitsers waren woedend en het verbaast mij nog steeds dat er geen represaille's volgden.

Verder noem ik u nog bakker Marien van de Broeke en Janus Geerse uit de Zoekweg. Politie Franse en de in Neuengamme omgekomen Jan de Visser, maakten geen deel uit van onze groep maar van de O.D., de ordedienst, die operatief zou worden vlak voor of na de bevrijding. Wat de taak van v.d. Broeke en Geerse precies was weet ik niet, daar we uit veiligheidsoverwegingen in het uiterste geval maar contact met elkaar hadden. Zelf was ik koerier en heb in die functie verschillende reizen gemaakt. Onderduikers wegbrengen of halen bij moeilijkheden besprekingen voeren enz. Verschillende onderduikers werden ondergebracht op de boerderij van de fam. Van Liere. Na de bevrijding werd dhr. Van Liere nog burgemeester van Vrouwenpolder.

Niet tot een verzetsgroep behorend maar altijd bereid te helpen was de kunstschilder, Jos But. De ouderen onder u zullen zich hem nog wel herinneren. Jos had om in zijn onderhoud te voorzien een pension, "Pension Kieviet", tevens was hij conciërge van het gemeentehuis. Natuurlijk kreeg hij inkwartiering van enkele Duitse officieren met hun oppassers. Tot grote ergernis van verschillende mensen hier zat hij 's avonds in de voorkamer en speelde piano voor de Duitsers en dronk een borrel met ze. Zelf ben ik er ook wel bijgeweest. Maar dit alles was slechts camouflage; wat niemand wist, was dat zijn huis een doorgangshuis was voor onderduikers. Ze zaten verborgen op zolder, zelfs op de zolder van het gemeentehuis. Ook kwam het voor dat ik op een bepaald formulier de handtekening van de burgemeester nodig had. Martien Beversluis was hier toen burgemeester en daar hij nog al eens een handtekening moest zetten had hij een stempel laten maken die hij altijd op het gemeentehuis achterliet. Jos But kon daar hij, ik zeide het reeds, conciërge van het gemeentehuis was makkelijk bij. En zo ging hij dan 's avonds wel eens een handtekening halen. Na de oorlog dienden enkele mensen een aanklacht in tegen hem (wisten zij veel), collaboratie met de vijand. Gelukkig waren er overtuigende bewijzen dat het niet zo was.

Het leek me goed om op een dag als vandaag nog eens stil te staan bij hen die actief aan het verzet deelnamen. Dat ik wat langer heb uitgeweid over ds. de Bie en Jos But, komt omdat ik met hen wel regelmatig contact had. Met Marien v.d. Broeke en Janis Geerse, ik zei het u reeds, minder, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat zij minder belangrijk werk deden, alleen ik was daar niet zo van op de hoogte.

Van de hierboven geroemde mensen ben ik de enig overlevende, ik was dan ook de jongste. Dat ik niet in Duitsland te werk gesteld ben heb ik o.a. te danken aan dhr. de Beer, toen ambtenaar op de secretarie alhier, die op mijn persoonsbewijs als geboortejaar invulde 1918, in plaats van 1922. Bij controle hebben de Duitsers nooit iets gemerkt ik zag er toen schijnbaar ook al oud uit. Dit waren zo enkele persoonlijke ontboezemingen. Voor de rest van het verhaal moet ik me gaan oriënteren op de dagboek aantekeningen van dr. v. Dijk uit Vlissingen en ds. Valeton de opvolger van ds. de Bie. Veel weet ik me te herinneren, maar daar ik nooit aantekeningen maakte weet ik geen exacte data.

Schaamteloos heb ik dan ook gebruik gemaakt van de aantekeningen van beide bovengenoemden. Waren de eerste oorlogsjaren voor ons tamelijk rustig verlopen, in 1944 werd het menens. De Engelsen waren in Normandië geland. De bevolking leefde op, het kon nu niet lang meer duren. Weet u nog, dinsdag 5 september? "Dolle dinsdag". In de avond uitzending van radio Oranje, waar stiekem naar geluisterd werd, hoorde men dat de Britse troepen de Haven van Antwerpen hadden ingenomen. De mensen waren uitzinnig van vreugde. Duitse soldaten werden uitgejouwd, collaborateurs gevangen genomen. Er waren Duitse soldaten die de wapens weggooiden en vluchtten. Helaas de vreugde duurde niet lang, de Duitsers kwamen terug en boden verbeten weerstand, de vreugde verkeerde in doffe wanhoop. Voor de Duitsers was het "er op of er onder". Voor ons stond het als een paal boven water dat het er onder zou zijn, al zou het wat langer duren dan we verwacht hadden. Terug denkend aan de oorlogstijd is het eigenlijk verwonderlijk, dat ondanks de snelle opmars van de Duitsers, ondanks de triomfen die ze vierden, niemand geloofde in een Duitse overwinning. Behalve dan een handje vol dwazen. Wij geloofden het, omdat we het wilde geloven.

In september hoorden we regelmatig het gieren van granaten die in Zeeuws-Vlaanderen over en weer werden afgeschoten. Er woedde daar een vreselijke strijd.

16 september werden we opgeschrikt door een angstaanjagend geluid, je zag een geweldige vuurkolom, waarboven een raket langzaam omhoog ging en eenmaal op hoogte richting Engeland verdween. Het bleek het geheime wapen van de Duitsers, de V2 te zijn. Gelukkig duurde dit maar enkele dagen.

Op 3 october werd de dijk bij Westkapelle door de gealliëerden gebombardeerd. We wisten via uit vliegtuigen uitgeworpen pamfletten dat dit zou gebeuren. Maar toch heeft het vele mensen, vooral ook Westkapelaars overallen. Velen van hen kwamen om in de kelder van de molen waar ze een toevlucht hadden gezocht. De molen werd getroffen en liep vol met water. Walcheren moest geïnundeerd worden om de Duitsers te verdrijven. Aanvankelijk stroomde het water maar lamgzaam naar binnen, daarom werden op 7 oct. de dijken ten westen en oosten van Vlissingen gebombardeerd. Tenslotte op 11 oct. de dijk tussen Vrouwenpolder en Veere.

Ds. Valeton schrijft hierover: "op 11 oct. was ik in de buurt van deze dijk om iemand op te zoeken. Plotseling zag ik een vliegtuig die een rode bal uitwierp. Direct daarop een lange rij vliegtuigen die op die plaats over een breed front hun bommen lieten vallen. Gelukkig waren het tijdbommen zodat ik kon wegkomen, na eerst vergeefs getracht te hebben een boerderij binnen te gaan. Alles zat dicht, de bewoners zaten kennelijk in de kelder of waren vertrokken. Na ongeveer een half uur begonnen de eerste bommen te ontploffen en zag ik vanuit de verte de grond van de dijk op verschillende plaatsen omhoog spatten. Ik zal deze belevenis nooit vergeten en zie het nog als de dag ven gisteren voor me."

De volgende dag was er een bidstond in de gereformeerde kerk geleid door ds. Valeton. Het water bleef nog maar langzaam binnenstromen, maar na een springvloed moesten de mensen soms midden in de nacht hun huizen verlaten, met achterlating van alles wat hun dierbaar was. Dit was vooral het geval met de mensen van Gapinge, waar op de duur alleen de kerk droog bleef. Met alles wat ze mee konden nemen trokken veel Gapingers naar Vrouwenpolder, soms in de stromende regen. Veel vee ging verloren of moest ter plekke worden afgemaakt. Noodslachtingen bij de vleet, aan vlees geen gebrek.

U kunt begrijpen dat het hier bomvol zat. Er werd een noodcomité opgericht en de consistoriekamer van de hervormde kerk werd als ziekenzaal ingericht. Dr. Doeleman, die vanuit St. Laurens ook hierheen was gevlucht verzorgde de patiënten. De gereformeerde kerk zat vol vluchtelingen. Zondag 22 oct onder de middagdienst in de hervormde kerk, geleid door ds. Valeton was er een harde klap. Hoewel er enige opschudding ontstond bleef ds. gewoon doorpreken. Later bleek dat er een verdwaald granaatje in het dak van de kerk was geslagen. Er zat een gat in het dakbeschot en er waren wat leien kapot. Zoals gezegd het dorp zat overvol. De Duitsers boden aan bij nacht 1000 mensen naar Noord-Beveland te evacueren. Door het plaatselijk bestuur werd dit afgewezen. Daarna werd bevolen dat er 600 mensen geëvacueerd moesten worden, bij niet opvolgen van dit bevel zou een deel van het dorp afgesloten worden en 600 mensen worden weggebracht. Gelukkig ging ook dit niet door.

De toestand werd steeds hachelijker. Er werd een gaarkeuken geörganiseerd, vanaf 29 oct. was er geen electriciteit meer. Steeds meer Duitse soldaten kwamen van Zeeuws-Vlaanderen via Zuid-Beveland, Vrouwenpolder binnenvallen, doodmoe en aan het eind van hun krachten. De gealiëerden bombardeerden de gehele kust, te beginnen bij Vlissingen, Dishoek, Zoutelande, Domburg, Oostkapelle en Oranjezon. 200-300 Lancasters deden er aan mee. Daar ze heel laag vlogen en de lucht helder was kon je heel duidelijk rijtjes van ongeveer 15 bommen uit de vliegtuigen zien vallen. Domburg werd vanuit zee zwaar beschoten. Zaterdag 4 nov. deden typhoons van de Tactical Air Force, die opstegen van vliegvelden in België, aanvallen op de bunkers in de duinen. Ds. Valeton vertelt hierover: "Deze dag maakte tijdens een door mij geleide begrafenis een Engelse jager een duikvlucht vlak bij het kerkhof en begon te schieten. (Later bleek aan de andere kant van de duinen een Duits munitieschip te liggen.) Iedereen rondom het graf liet zich vallen, behalve ik, niet omdat ik zo moedig was, maar min of meer verstijfd van schrik."

Op 6 nov. werd Middelburg bevrijd. 's Zondags werd in verband met de toestand geen kerkdienst gehouden. Vrouwenpolder was de laatste plaats op Walcheren die nog veroverd moest worden. In de duinen bij Oostkapelle werd nog verwoed gevochten. Er gingen geruchten dat er een ultimatum was dat Vrouwenpolder plat gegooid zou worden als de Duitsers zich niet voor de andere morgen negen uur overgegeven zouden hebben. Het was een spannende dag. Wat zouden de Duitsers doen? Het dorp zat overvol evacué's en Duitse soldaten, onder wie enkele zeer hoge militairen. Gelukkig zagen de Duitsers het ook niet meer zitten. Er waren soldaten die achter de hervormde pastorie hun wapens weggooiden.

's Morgens vier uur begon het schieten weer, de spanning steeg. En toen ineens, het zal een uur of acht geweest zijn werd het wonderlijk stil. Dagenlang hadden we het ontploffen van granaten gehoord en nu......ineens weldadige stilte. Even na negen uur kwamen twee geallieerde officieren in een Duits autootje het dorp binnen rijden om te onderhandelen over de overgave van de Duitsers. Dit gebeurde in het Duitse hoofdkrartier dat gevestigd was in het gevorderde huis van de fam. Wattel.

± 11 uur trokken de eerste Canadezen het dorp binnen. Een colonne van ongeveer dertig commando's. In vlotte pas lopen ze over de Westdijk. Een speelt op een mondharmonica en de rest zingt: "It's a long way to Tipperary, It's a long way to go". We keken onze ogen uit. Dit waren nu onze bevrijders. Er waren mensen die hun emotie niet konden bedwingen en hun tranen de vrije loop lieten.

Vrouwenpolder en daarmee heel Walcheren bevrijd, 8 nov. 1944. Tegen de middag moesten de Duitsers ongewapend aantreden. Een vijftal zwaar bewapende commando's zette, zoals men het toen noemde, de Blinde Lou af. Daarna arriveerden amfibitanks met meer troepen. Duitse krijgsgevangenen lopen in lange collone richting Veere.

Op 9 nov. was er een dankdienst geleid door ds. de Bie. Vrouwenpolder werd bevrijd door het vierde commando o.l.v luitenant-kolonel R.W.P. Dawson. De eerste dagen na de bevrijding was net een volkomen chaos. De O.D., de ordedienst, die tijdens de oorlog ingesteld was om na de bevrijding orde op zaken te stellen, faalde volledig. Na enkele dagen trokken de Canadezen weg en ook de Fransen die na hen gekomen waren en kwam hier een deel van de Prinses Irene brigade, bestaande uit Nederlanders die in het buitenland woonden.

Op zaterdag 4 augustus 1965 werd door luitenant-kolonel Dawson een steen onthuld aangebracht in het huis van de fam. Wattel. Deze steen stelt een hand voor die de nek van een Duitse adelaar in een wurgende greep houdt. De tekst erop luidt: "In dit huis werd op 8 november 1944 Walcherens bevrijding door de geallieerden voltooid. U weet dat u de steen nu kunt vinden in het ver. gebouw.

Herinneringen vervagen. Dit is wat in mijn geheugen is blijven hangen, behalve de data, daarvoor heb ik, dat vertelde ik al gebruik gemaakt van eerder genoemde dagboekaantekeningen.

Herinneringen vervagen. Andere mensen hebben misschien weer andere verhalen. Er zou nog veel meer verteld kunnen worden, maar dan wordt het verhaal te lang.

5 mei 1945, Nederland bevrijd. Velen hebben de bevrijding niet meer kunnen meemaken. Omgekomen in concentratiekampen of zonder vorm van proces gefusilleerd. Het is goed om op een dag als vandaag er nog eens bij stil te staan. Wanneer zal het vergeten zijn? Hopenlijk nooit, want dit mag nooit meer gebeuren.

Jan Hekhuis.

Lezing gehouden op 5 mei 1920, op verzoek van de
Oranjevereniging te Vrouwenpolder.